Eigenwoningregeling bij uitzending naar buitenland

De Wet IB 2001 bevat een bepaling op grond waarvan een naar het buitenland uitgezonden ambtenaar geacht wordt in Nederland te wonen. Daarmee blijft de binnenlandse belastingplicht van de ambtenaar gedurende de periode van uitzending in stand. Deze woonplaatsfictie gaat niet zo ver dat deze meebrengt dat de uitgezonden ambtenaar voor de toepassing van de eigenwoningregeling geacht wordt zijn hoofdverblijf te hebben behouden in de woning waarin hij tot de uitzending woonde. De eigenwoningregeling kan wel van toepassing zijn op grond van de uitzendregeling. Daartoe is in de Wet IB 2001 bepaald dat de voormalige eigen woning op verzoek van de belastingplichtige en onder voorwaarden als eigen woning wordt aangemerkt. De woning mag niet aan derden ter beschikking worden gesteld en de belastingplichtige en zijn partner mogen geen andere eigen woning in fiscale zin hebben. Derden zijn alle personen die niet tot het huishouden van de belastingplichtige behoren. Ook een kind van de belastingplichtige kan worden aangemerkt als een derde als dit kind zelfstandig een huishouden voert.

In een procedure van een uitgezonden ambtenaar was in geschil of de woning na de terugkeer van een zoon in de woning, aan een derde ter beschikking is gesteld. Volgens de ambtenaar was dit niet het geval omdat de zoon direct voorafgaand aan zijn terugkeer naar Nederland tot het huishouden van de ambtenaar behoorde. Volgens de inspecteur behoorde de zoon vanaf zijn terugkeer naar Nederland niet meer tot het huishouden van de ambtenaar en werd de woning ter beschikking gesteld aan een derde.

In een besluit van de staatssecretaris van Financiën uit 2009 is goedgekeurd dat de eigenwoningregeling van kracht blijft tijdens uitzending als kinderen in de woning blijven wonen. De goedkeuring geldt mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Vanaf het moment van de uitzending wonen uitsluitend kinderen van de belastingplichtige of zijn partner in de woning.
  • De kinderen zijn jonger dan 27 jaar. De goedkeuring vervalt als een kind 27 jaar wordt.
  • De kinderen behoorden direct voorafgaand aan de uitzending tot het huishouden van de belastingplichtige.
  • De kinderen betalen geen huur.

De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2012 geoordeeld dat de goedkeuring alleen geldt als de kinderen na de verhuizing van de belastingplichtige in de desbetreffende woning zijn blijven wonen. Hof Den Haag zag geen reden om van dit oordeel af te wijken in een situatie waarin vaststaat dat de zoon bij de aanvang van de uitzending is meeverhuisd naar het buitenland.

Bron: Hof Den Haag | jurisprudentie | ECLINLGHDHA2021249, BK-20/00405 | 02-02-2021

Actualiteiten

Hof akkoord met gebruikelijk loon van € 7.500

Hof akkoord met gebruikelijk loon van € 7.500

Een handelaar in edelmetalen, met slechts € 12.721 aan liquide middelen, moet volgens de Belastingdienst toch € 25.000 loon krijgen. Dat zou het directe einde betekenen van de onderneming. De rechtbank en het hof stellen het gebruikelijk loon vast op

Lees meer
Vanaf juli 2026 douanerecht van € 3 op kleine pakketjes

Vanaf juli 2026 douanerecht van € 3 op kleine pakketjes

De Raad van de Europese Unie heeft besloten om vanaf 1 juli 2026 een vast douanerecht van € 3 te heffen op kleine pakketten met een waarde onder € 150. Op dit moment worden dergelijke zendingen nog rechtenvrij in de EU ingevoerd. De nieuwe maatregel

Lees meer
Hoge Raad halveert belastingrente voor bv’s

Hoge Raad halveert belastingrente voor bv’s

Goed nieuws voor ondernemers met een bv. De Hoge Raad maakt korte metten met het verhoogde belastingrentetarief voor de vennootschapsbelasting. Jarenlang betaalden vpb-plichtigen 8% rente, terwijl andere belastingplichtigen slechts 4% kwijt waren.

Lees meer