Kamervragen erfbelasting minderjarige wezen beantwoord

In antwoord op Kamervragen heeft de staatssecretaris van Financiën aangekondigd dat er een regeling komt voor de situatie waarin een minderjarig kind beide ouders verliest en vanwege fiscale verplichtingen gedwongen wordt om de geërfde ouderlijke woning te verkopen. De regeling houdt in dat langdurig renteloos uitstel van betaling zal worden geboden. De wettelijk grondslag hiervoor zal worden opgenomen in de Fiscale Verzamelwet 2023. Op korte termijn komt er een beleidsbesluit waarin voor deze situatie een oplossing wordt opgenomen.

Het probleem is dat een minderjarige geen rechtshandelingen kan plegen zoals het aangaan van een lening of zekerheid verstrekken in de vorm van een hypotheek. De wettelijke vertegenwoordiger kan, met toestemming van de kantonrechter, wel voor rekening van de minderjarige een lening aangaan, maar de kans dat een bank een lening verstrekt is gering.

De hardheidsclausule van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen biedt de mogelijkheid van vermindering van belasting als sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. De hardheidsclausule heeft betrekking op de heffing van belasting en niet op de betaling van verschuldigde belasting. Het verlenen van een vermindering van erfbelasting met toepassing van de hardheidsclausule in de situatie van een minderjarige die wees wordt is volgens de staatssecretaris niet mogelijk.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2021-0000066595 | 13-04-2021

Actualiteiten

Bod op onderneming bepaalt waarde bij inbreng

Bod op onderneming bepaalt waarde bij inbreng

Een dierenarts brengt zijn praktijk in een bv in en waardeert de goodwill op € 400.000. Kort daarvoor had een investeerder ruim € 3 miljoen geboden. De rechtbank oordeelt dat de dierenarts dat bod niet zomaar mocht negeren.

Investeerder

Lees meer
Zes weken om partnerverdeling te wijzigen

Zes weken om partnerverdeling te wijzigen

Fiscale partners kunnen hun onderlinge verdeling van box 3 nog wijzigen na een collectieve uitspraak in een massaalbezwaarprocedure. De Hoge Raad oordeelt dat zij daarvoor zes weken de tijd hebben, gerekend vanaf de verminderingsbeschikking.

Box 3

Lees meer