Schenkbelasting terug na terugstorten tweede jubeltonschenking

Een zoon ontvangt in 2014 en 2018 twee schenkingen van zijn ouders voor zijn eigen woning. Beide partijen denken dat de tweede schenking ook belastingvrij is. De inspecteur legt echter een aanslag schenkbelasting op, omdat de vrijstelling maar eenmaal geldt. De zoon stort het geld terug. Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de schenking rechtsgeldig is vernietigd wegens wederzijdse dwaling en vermindert de aanslag naar nihil.

Twee keer dezelfde vrijstelling

De zoon ontvangt op 26 december 2014 van zijn ouders € 70.624 voor zijn eigen woning. De inspecteur verleent de eenmalig verhoogde vrijstelling (de jubelton). Op 24 december 2018 volgt een tweede schenking voor de eigen woning. Het totaal van beide schenkingen blijft nét onder de grens van € 100.000. In de aangifte doet de zoon opnieuw een beroep op de verhoogde vrijstelling. De inspecteur wijst dit af. De vrijstelling geldt slechts eenmalig. Hij legt een aanslag schenkbelasting op. De zoon stort vlak daarna het bedrag van de tweede schenking terug. Hij schrijft dat hij er niet in is geslaagd het geld aan het omschreven doel te besteden.

Voldoende aanknopingspunten voor wederzijdse dwaling

De zoon stelt dat de schenkingsovereenkomst is vernietigd wegens wederzijdse dwaling. Zowel hij als zijn ouders dachten dat beide schenkingen waren vrijgesteld. Volgens de Hoge Raad kan wederzijdse dwaling leiden tot een verplichting om de schenking ongedaan te maken. Dit kan tot vermindering van de aanslag leiden, tenzij het beroep op vernietiging is voorgewend. Het hof oordeelt dat de zoon voldoende aanknopingspunten voor wederzijdse dwaling heeft verschaft. De belastingadviseur van vader heeft op diens vraag geantwoord dat ook de tweede schenking zou zijn vrijgesteld. Het totale bedrag bleef nét onder € 100.000. In de aangifte is verzocht om toepassing van de verhoogde vrijstelling. Dit wijst erop dat partijen oprecht dachten dat de vrijstelling van toepassing was.

Geen voorwendsel ondanks snelle terugbetaling

De inspecteur stelt dat de vernietiging is voorgewend, omdat tussen de aanslag en de terugbetaling slechts korte tijd zit. Het hof volgt dit niet. Het bericht van de inspecteur maakte partijen duidelijk dat zij hadden gedwaald. Bovendien was de schenking nog niet besteed aan de verbouwing. De terugbetaling kort na de aanslag is onvoldoende om te oordelen dat de vernietiging is voorgewend. Met de brief en de terugbetaling heeft de zoon voldaan aan de vereisten voor wederzijdse dwaling. De schenkingsovereenkomst is rechtsgeldig vernietigd.

Bron:Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch| jurisprudentie| ECLI:NL:GHSHE:2025:2772| 07-10-2025

Actualiteiten

Verhuur bedrijfspanden kwalificeert niet voor bor

Verhuur bedrijfspanden kwalificeert niet voor bor

Een vader overlijdt in november 2016 en laat zijn zoon en dochter achter als erfgenamen, ieder voor de helft van de nalatenschap. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen in de bv van de vader die acht bedrijfspanden bezit in dezelfde plaats. Twee

Lees meer
Afschrijving maximaal 20%

Afschrijving maximaal 20%

Een ondernemer mag jaarlijks maximaal 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen afschrijven. Dit percentage geldt voor de kosten exclusief btw, tenzij de btw niet kan worden teruggevraagd. Deze regel zorgt er in de meeste

Lees meer