Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen

In het kader van de uitwerking van de afspraken die zijn gemaakt in het pensioenakkoord heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel omvat drie maatregelen.

De eerste maatregel is de invoering van de mogelijkheid om een beperkt deel van het pensioenvermogen op te nemen als een bedrag ineens op de pensioeningangsdatum. Deze mogelijkheid is een recht van de deelnemer aan een pensioenregeling. De opname ineens kent geen verplicht bestedingsdoel, maar is wel gebonden aan voorwaarden. Deze zijn:

  1. Maximaal 10% van de waarde van de aanspraak op ouderdomspensioen mag ineens worden opgenomen.
  2. De gedeeltelijke afkoop moet op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen plaatsvinden.
  3. Het is niet mogelijk om opname ineens te combineren met een hoog-laagpensioen.
  4. Door de gedeeltelijk afkoop van het ouderdomspensioen mag de resterende levenslange pensioenuitkering niet onder de afkoopgrens van kleine pensioenen komen te liggen.
  5. De partner van de pensioengerechtigde moet toestemming voor de gedeeltelijke afkoop verlenen als gebruikmaking hiervan leidt tot een verlaging van het partnerpensioen.

Ook voor oudedagsvoorzieningen in de vorm van lijfrenten wordt voorgesteld dat maximaal 10% van de waarde op de ingangsdatum als bedrag ineens kan worden uitgekeerd. Hiervoor gelden vergelijkbare voorwaarden.

De tweede maatregel betreft de tijdelijke facilitering van de mogelijkheid om werknemers drie jaar voor de AOW-leeftijd te laten stoppen met werken. Regelingen voor vervroegde uittreding worden extra belast door een zogenaamde pseudo-eindheffing ten laste van de werkgever. Deze heffing op regelingen voor vervroegde uittreding wordt tijdelijk versoepeld door een vrijstelling van de heffing tot het bedrag van de AOW-uitkering te introduceren voor werknemers die niet meer dan drie jaar voor de ingangsdatum van de AOW-uitkering zitten. De voorgestelde versoepeling geldt voor een periode van vijf jaar, met een uitloopperiode van drie jaar, ingaande per 1 januari 2021. De vrijstelling geldt alleen als de uitkeringen plaatsvinden in de 36 maanden voor het bereiken van de AOW-leeftijd. De ingangsdatum voor de AOW-uitkering mag niet na 31 december 2028 liggen. De regeling voor vervroegde uittreding mag niet later dan op 31 december 2025 schriftelijk zijn toegekend aan de werknemer.

De derde maatregel is de vergroting van de fiscale ruimte om verlof op te sparen, met als doel vervroegd uittreden mogelijk te maken. Op dit moment kunnen werknemers maximaal 50 weken fiscaal gefaciliteerd vakantieverlof en compensatieverlof opsparen. In dit wetsvoorstel wordt deze fiscale grens verhoogd naar 100 weken. Werknemers krijgen hierdoor meer ruimte om hun duurzame inzetbaarheid te vergroten, bijvoorbeeld door het inzetten van verlof om voor de pensioenleeftijd minder te gaan werken of om eerder te stoppen met werken met behoud van salaris.

Het wetsvoorstel omvat wijzigingen van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het financieel toezicht, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | wetsvoorstel | 22-09-2020

Actualiteiten

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek

Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit

Lees meer
Schuld aan jezelf verdwijnt en levert belastbare winst op

Schuld aan jezelf verdwijnt en levert belastbare winst op

Een bv koopt voor € 2.500 een vordering van ruim € 6 miljoen op zichzelf. Die vordering verdwijnt daardoor: je kunt immers geen schuld aan jezelf hebben. De inspecteur ziet dit als een voordeel en heft vennootschapsbelasting over het verschil. De bv

Lees meer
Schenking aandelen aan trouwe werknemer is geen loon

Schenking aandelen aan trouwe werknemer is geen loon

Een werknemer krijgt na jaren trouwe dienst alle aandelen van zijn werkgever geschonken. De aandelen zijn € 7,8 miljoen waard. De inspecteur merkt dit bedrag aan als loon uit dienstbetrekking. De werknemer heeft immers geen familieband met de

Lees meer